.: Thuiscomposteren :.
 
  
.: Vlaco :.
De


button back
 
  Waarom gaat organisch afval stinken als we het niet correct composteren? En wat kunnen we eraan doen?
 


WAAROM GAAT ORGANISCH AFVAL STINKEN ALS WE HET NIET CORRECT COMPOSTEREN?

Compost en geurhinder, het zijn twee begrippen die veel te vaak naast elkaar worden geplaatst. En wat erger is: soms zelfs terecht! Het zou nochtans niet mogen zijn. Er is bij thuiscomposteren immers niets zo gemakkelijk te voorkomen als stank. Zoals we weten zijn onaangename geurstoffen (bijna) altijd het gevolg van gebrekkige beluchting, van zogenaamd anaërobe omstandigheden. Maar compostmeesters willen er graag het fijne van weten. Vlaco stak daarom zijn neus in de literatuur terzake en ging ten rade bij enkele specialisten in binnen- en buitenland met de vragen Wat is stank? Hoe ontstaat het? en Hoe kunnen we het vermijden?

Wat is stank en hoe ontstaat het?
Nemen we met onze neus een geur waar dan bevinden er zich in de ingeademde lucht vluchtige organische stoffen (VOS). Volgens onze smaak zullen we bepaalde (mengsels van) organische vluchtige stoffen wel en andere niet waarderen. Ook tijdens het composteringsproces worden VOS gevormd. Zijn de composteringsomstandigheden optimaal dan is er geen vuiltje aan de lucht. Zijn de gevormde VOS niet te harden, dan gaat er duidelijk iets mis.
Enkele belangrijkste groepen VOS zijn koolwaterstoffen, zwavelverbindingen, stikstofhoudende en zuurstofhoudende organische verbindingen waaronder de vluchtige vetzuren (o.a. azijnzuur en boterzuur) die bijzonder onvriendelijk kunnen zijn voor de neus.
Het risico dat deze verbindingen gevormd worden, is het grootst bij het begin van het composteringsproces. Het gemakkelijkst verteerbare (groen) materiaal is dan vaak nog niet zo goed gemengd met het bruine structuurmateriaal terwijl de microbiële activiteit en de behoefte aan zuurstof dan net het grootst zijn. Die behoefte is zelfs zó groot dat de zuurstof die ín de hoop of bak aanwezig is na het opzetten of het keren een paar uur later al is opgebruikt! Zuurstof speelt vooral op het einde van de biochemische reactie een essentiële functie als 'elektronreceptor'. Is de zuurstof niet aanwezig dan kan deze reactie niet tot een goed einde gebracht worden (onvolledige oxidatie) en komen de halfafgewerkte bijproducten, die we ervaren als hinderlijk (als onaangename VOS) in de lucht terecht.

Hoe kunnen we stank vermijden bij het composteren?
- Zuurstof is essentieel voor een aërobe compostering. Indien de compostering (zelfs gedeeltelijk) anaëroob gebeurt, wordt stankvorming in de hand gewerkt.
- Het (tuin)afval moet zo vers mogelijk worden gecomposteerd.

Hoe langer bijvoorbeeld gras op hoopjes blijft liggen of het keukenafval in het keukenemmertje blijft staan, hoe groter het risico op geurhinder nadien.

- Bij verwerking van grotere hoeveelheden fijn materiaal zoals gras moet opgemengd worden met voldoende structuurmateriaal. Aangeraden wordt om het gewicht aan gras te beperken tot een derde van het gecomposteerde mengsel. De resterende tweederde bestaan dan voornamelijk uit structuurmateriaal.

- Het omzetten van de compost is vooral noodzakelijk voor het vermengen van de (groene en bruine) materialen en voor het behoud van de luchtigheid en niet zozeer als bron van zuurstof in de hopen (tenzij heel intensief zou worden omgezet, meer dan gemiddeld 1x per week). De zuurstof die tijdens het mengen wordt ingebracht, wordt immers zeer snel opgebruikt.

- Dé bron van zuurstofvoorziening is het zogenaamde schouweffect. Door verdamping en temperatuursverschillen ontstaan luchtstromen (trek) en wordt de verse zuurstofrijke buitenlucht als het ware in de hopen gezogen. Dit effect speelt dus vooral wanneer na het opzetten of omzetten de temperatuur stijgt tot een paar tientallen graden boven de buitentemperatuur. In welke mate dit schouweffect speelt is echter moeilijk te kwantificeren. Wel is het belangrijk dat er voldoende luchtigheid is in de hopen. Vandaar het belang van het structuurmateriaal, van het omzetten en van het opzetten van niet te hoge hopen.

Ook nadat de temperatuur in de hoop gedaald is, blijft er nog lucht doorheen de hoop stromen. Er is dan echter eerder sprake van passieve diffusie. De aanwezigheid van structuurmateriaal blijft van belang. Ook de wormen en de andere kruipende afbraakorganismen die doorheen het materiaal graven, kunnen in zekere mate bijdragen tot de beluchting.

- Vooral een te natte compostering heeft een nefaste invloed op het composteringsproces. De beluchtbaarheid wordt erdoor verminderd. Maatregelen om het vochtgehalte beter te controleren komen daarom ook ten goede aan de beperking van de geurhinder. Mogelijke maatregelen zijn intensief omzetten of afdekken. Anderzijds dient tijdens het composteringsproces voldoende vocht aanwezig te zijn om een vlotte compostering mogelijke te maken. De luchtdoorstroming heeft immers ook een uitdrogend effect op het materiaal.

- Voor zeer grote composthopen (bij professionele compostering) is actieve beluchting een optimale bron van zuurstof. Bij kleine hopen worden wel eens geperforeerde buizen onder of in de compost gelegd. Dit is uiteraard enkel zinvol wanneer het gecomposteerde materiaal zelf voldoende luchtig is van samenstelling.

- Lekvocht (percolaat) dat uit een hoop of vat sijpelt en blijft staan, kan een ernstige bron van geurhinder betekenen. Al deze factoren houden verband met elkaar. Algemene regels voor wat betreft de verhouding tussen groen en bruin materiaal, de vochtigheid, de omzetfrequentie, het composteringssysteem, de ligging in zon, schaduw, wind enz... zijn niet te geven. Ieder moet deze vanuit zijn kennis van het composteringsproces en vanuit zijn eigen ervaring de situatie waarmee hij of zij geconfronteerd wordt inschatten.

Gerrit Van Dale

 
 
 

VLACO vzw | Kan. De Deckerstraat 37 | 2800 Mechelen